Pak Flohr, een bijzondere man……

Door: Stan van Ooyen, leerling van Pak Flohr

 

Mijn vader en ik hadden er geen idee van hoe ons leven zou veranderen nadat we zo’n 30 jaar geleden voor het eerst aanbelden bij het huis van Pak Flohr aan de Willem van Kesselstraat in Breda. Na jarenlang hard trainen hadden we beiden de 1e dan Jiu-Jitsu behaald bij de Judobond Nederland. We trainden inmiddels al voor de 2e dan. Ook beschikten we over de 1e dan van de World Ju-Jitsu Federation, toegekend door professor Robert Clarck en over een zwarte band Tai-Jitsu, toegekend door professor Al Pieters (respectievelijk 9e en 8e dan Jiu-Jitsu). Zelf was ik benoemd tot instructeur van de World Ju-Jitsu Federation en als zodanig gaf ik les aan de hoger gegradueerden en aan het kader van diverse sportscholen.

Nadat de deur met een ferme zwaai werd opengetrokken en wij uitbundig begroet werden met een stevige handdruk en omhelzende schouderkloppen, nodigde Pak Flohr ons uit om mee naar zijn zolder te komen. De wankele vlizotrap verleende toegang tot een klein zoldertje met een houten vloer waarop een rafelige vloerbedekking lag. Hier werd blijkbaar veel gelopen...

Na het omkleden vroeg Pak Flohr me om mijn geleerde technieken op hem toe te passen en met veel zelfvertrouwen dacht ik dat ik die Indische man wel eens even kon laten zien wat Jiu-Jitsu was. Ik was per slot van rekening het jaar ervoor kampioen Jiu-Jitsu geworden tijdens de Open Nederlandse Jiu-Jitsu kampioenschappen in Goes. Dit moest een makkie zijn.

 

Toen ik Pak Flohr vastpakte en dacht hem zonder al te veel problemen in een klem te kunnen nemen, ging het echter goed mis. Tijdens het pakken merkte ik al dat het anders voelde dan anders. Toen ik indraaide om de klem te kunnen zetten, kreeg ik een beuk op mijn ribben en terwijl hij mij lichtjes uit balans bracht, nam hij mij over. Voordat ik het wist zat ik zelf in een klem, stonden mijn benen ongemakkelijk gekruist onder me en zat er per slot van rekening ook nog een elleboog van Pak Flohr tegen mijn kin aan gedrukt. Stel je voor dat hij dit met enige kracht zou hebben gedaan. Het zou dan binnen 2 seconden afgelopen zijn geweest met de kampioen...

Mijn vader en ik stonden met open mond te kijken. Hoe kan dit? Waarom hebben we dit nog nooit eerder gezien? Waar haalt deze man de kracht en de perfecte timing vandaan? Na nog enkele technieken geprobeerd te hebben kwam bij mij de gedachte op om maar helemaal te stoppen met Jiu-Jitsu. Ik leek niets te meer kunnen en zelfs de meest basale Jiu-Jitsu technieken bleken waardeloos.

Enkele uren en talloze vernederingen later zijn mijn vader en ik weer naar huis gegaan. Wat moesten we hiermee? Wat was er over van de honderden technieken die we inmiddels uit ons hoofd hadden geleerd? Op de oude manier doortrainen had blijkbaar geen enkele zin. We werden gewoon uitgelachen door deze bijna 60-jarige Indische mijnheer en eigenlijk konden we hem daarin geen ongelijk geven.


Door leergierigheid gedreven hebben mijn vader en ik wederom een afspraak gemaakt met Pak Flohr. Ik was namelijk erg benieuwd hoe hij mijn technieken overnam en ik wilde dat zelf ook graag leren. Gelukkig beleefde Pak Flohr veel plezier aan het overnemen en verbeteren van onze technieken en daarom mochten we wekelijks op zaterdagmiddag bij hem thuis op zolder komen trainen. Gedurende de andere dagen van de week waren we bezig met het bedenken van de meest ingenieuze en gevaarlijke technieken zodat we Paatje - want zo noemde iedereen hem - op zaterdagmiddag eens flink te pakken zouden kunnen nemen. Dit is ons nooit gelukt, maar de lessen waren hierdoor wel erg leerzaam. Mijn kennis van het Jiu-Jitsu nam snel toe door de trainingen met Pak Flohr. Dit merkte ik o.a. tijdens de Tai-Jitsu stages die ik destijds volgde bij professor Pieters in Antwerpen. De hogere danhouders die daar rondliepen kon ik plotseling met gemak overnemen. Ik hoefde alleen maar gebruik te maken van de aangeleerde basisprincipes en van mijn eigen gevoel. Ik herinner me dat ik tijdens een Tai-Jitsu examen een aantal technieken moest laten zien waarbij ik me moest verdedigen met een korte stok (ook dit had ik inmiddels geleerd van Pak Flohr). De danhouders van de kadertraining daar in België hadden zoiets nog nooit gezien en aan het einde van het examen stonden zij allemaal om me heen om de bijzondere technieken van dichtbij te bekijken. Professor Pieters noemde het ‘fabelachtige technieken’ en daarmee dwongen we veel respect af bij de aanwezige leraren.

Stan (l), Pak Flohr en Stan's vader (r)Op een dag belde Pak Flohr mij op en vroeg me bij hem langs te komen. Op de zolder aangekomen vertelde hij me dat ik een van de weinigen was die geïnteresseerd was in zijn klem- en overnametechnieken en die daarnaast ook nog eens begreep van welke principes en wetmatigheden hij gebruikmaakte. Vervolgens vroeg hij me of ik een stijl wilde leren waarmee je je kon verdedigen tegen alle vechtsporten, “zelfs tegen Pencak Silat”. Dat wilde ik natuurlijk wel, dus begonnen we - naast het oefenen van klemmen en overnames - met het trainen van de Pukulan. Hij leerde me het ‘lopen’ dat bij zijn spel hoorde en daarnaast kreeg ik een groot aantal technieken aangereikt, alsmede een eigen stijl in de vorm van een Lankah, genaamd de dorpsstijl. Pak Flohr stimuleerde me om mijn eigen stijl uit te proberen op medeleerlingen, zodat ik hiervan kon leren en deze stijl verder kon ontwikkelen. Ook kreeg ik van Pak Flohr les in de apenstijl. Deze stijl omvatte eigenlijk de basisprincipes die Pak Flohr gebruikte om klem- en overnametechnieken efficiënter te maken.

Door Paatje ben ik een veel betere Jiu-Jitsuka geworden en ik heb geleerd om vrijwel elke techniek op diverse manieren over te nemen. Verder heb ik geleerd om de bestaande technieken te verbeteren, zodat je ze kunt blijven gebruiken. Daarnaast ben ik een ‘Pukulan speler’ geworden en heb ik van Pak Flohr een eigen stijl gekregen.


Nu, zo’n 25 - 30 jaar later, begin ik steeds meer te begrijpen van hetgeen Pak Flohr mij probeerde bij te brengen. Sinds kort heb ik weer contact met mijn vroegere trainingsmaat Walter van den Broeke en hij heeft me doen inzien wat de invloed van het Serak is geweest op het spel van Pak Flohr. Walter beoefent de Pukulan, zoals wij die 30 jaar geleden leerden van Pak Flohr. Daarnaast heeft hij het Serak jarenlang bestudeerd en mij ervan kunnen overtuigen dat de basisprincipes en wetmatigheden die Pak Flohr in zijn spel steeds hanteerde, hieruit voortkwamen. Walter heeft de Pukulan die hij van Pak Flohr heeft gekregen inmiddels tot een bijzonder hoog niveau weten te ontwikkelen.

Door het bestuderen van de Pukulan zoals die door Walter wordt gegeven zie ik een aantal wetmatigheden terug waarmee Paatje me destijds alle hoeken van de zolder heeft laten zien. Het blijft dus een permanent leerproces dat nooit zal ophouden.

Na het overlijden van Pak Flohr in 1998 werden zijn leerlingen gedwongen om op eigen benen te gaan staan en om de geleerde technieken en principes zelf verder te ontwikkelen. We zullen in het vervolg zelf de antwoorden moeten bedenken op onze talloze vragen en we kunnen ons alleen nog maar proberen voor te stellen wat Pak Flohr zou hebben gezegd.

Ik ben in de afgelopen 30 jaar veel Pencak Silat leraren en Jiu-Jitsu leraren uit binnen- en buitenland tegengekomen en ik heb met velen technieken uitgewisseld. Ik ken echter niemand die het niveau van Pak Flohr ook maar enigszins kan benaderen. 

Stan van Ooyen

Stan van Ooyen

Beoefende vechtkunsten:

  • Leerling Pak Flohr
  • World Jiu Jitsu Federation (instructeur, 1e dan)
  • Jiu Jitsu Judo Bond Nederland (1e dan)
  • Tai Jitsu (1e dan)
  • Tai Chi Chuan
  • Kung Fu